Als ik vanmorgen thuis kom, tel ik in één oogopslag 20 fladderende vlinders in mijn tuin. Ze fladderen zorgeloos van de éne naar de andere bloem, zitten even stil en gaan weer verder. Alleen of samen. Het voelt heerlijk zorgeloos: vrijheid, ruimte, zelf kiezen, gaan waar ze willen gaan.

Terwijl ik dit beeld van de vlinder bewonder, denk ik aan de kinderen die ik momenteel mag coachen. Het is heerlijk om te mogen zeggen, dat ik ze mag coachen. Dit is het beeld wat ik ze zo gun: dat ze fladderend hun verdere leven door mogen gaan. Dat ze mogen zijn, wie ze zijn, dat ze bewonderd worden om wie ze zijn. Puur om wie ze zijn, niet meer, niets minder. Gewoon zijn!

Maar helaas moeten onze kinderen aan steeds meer eisen voldoen. Van wie? De maatschappij? De omgeving? De school? De ouders? Zichzelf misschien?

MOETEN

De vlinders die ik zie, moeten niets. Ze moeten niets en mogen alles. Juist doordat een vlinder niets moet, wordt hij bewonderd.

Dit doet me denken aan vorige zomer. Samen met de kinderen ging een stuk lopen met de hond. Sven, mijn jongste van toen 5, ging mee op zijn skelter. Want moeten lopen, nee! “Mag ik op mijn skelter?” “Prima jongen, jij mag op je skelter!”

Op de skelter zag Sven een vlinder, die hij probeerde te vangen. De vlinder had iets van verwondering in hem losgemaakt. Hij zou de vlinder vangen. Het lukte niet om de vlinder te vangen en de vlinder vloog weg. Een traan. Hij wilde de vlinder bij zich hebben, maar hoe dichter Sven bij kwam, hoe verder de vlinder weg vloog. Tot hij het opgaf en verder zijn pad vervolgde op zijn skelter. Hij liet de vlinder gaan, liet het los. Tot ineens, zonder dat hij het zelf doorhad de vlinder op zijn hoofd neerdaalde en daar gewoon ging zitten op dat bolletje van dat vijf jarige mannetje.

Vol verwondering ben ik naast Sven gaan lopen en fluisterde naar hem: “Weet je nog van die vlinder? Vlinders willen vrij zijn, vlinders willen zelf hun weg bepalen en als wij iets willen, moeten zij iets. Daar houden ze niet van. Vlinders houden niet van moeten, maar wel van mogen.”

En terwijl ik dat vertelde, fladderde de vlinder omhoog en cirkelde om Sven heen. De traan die er eerder was, werd een glimlach en de glimlach werd een schaterlach. Ik zag de skelter volle vaart vooruit gaan en zo ook de vlinder. De vlinder fladderde een heel stuk van de weg om Sven heen. Vloog soms vooruit en kwam dan weer terug richting hem.

Wat zou het heerlijk zijn als we zo ook kinderen kunnen zien. Wat zou er gebeuren als ze iets minder moeten: van de maatschappij, de omgeving, de school, de ouders of zichzelf.

En als moeten, MOGEN wordt!

“Want ook in elk kind, wacht het wonder om bewonderd te worden!”